home - Belangrijkste spelregels One Wall Handball
         
Check ook: Spelregels in het kort!
Legal Hinder
of legaal hinderen is een essentiële regel in One Wall Handball. Het komt er op neer dat de speler die het dichtst bij de muur staat (mits deze speler compleet stil staat) géén ruimte hoeft te geven aan de tegenstander om een bal te slaan.
Wanneer deze speler toch beweegt om een bal te ontwijken, dan is er sprake van blokkeren (van het zicht op de bal) en wordt de rally opnieuw gespeeld.

Hoe werkt het spelletje? One Wall Handball kan één-tegen-één of twee-tegen-twee worden gespeeld. Het is de bedoeling de bal met de hand of vuist vanuit de opslagzone via de muur in ontvangzone te brengen. De tegenpartij moet dan proberen de bal voor de tweede stuit opnieuw via de muur in het speelveld te slaan. Als één van de beide partijen er niet in slaagt de bal geldig te retourneren, dan heeft de andere partij de rally gewonnen.

De service
Anders dan bij het Friese of Belgische spel, is het verplicht om vóór de opslag compleet stil te staan. De bal wordt met de hand of de vuist opgeslagen, nadat je deze eerst éénmaal laat stuiten in de opslagzone. De opslagzone is het deel van het speelveld tússen de korte lijn, de opslagmarkering en de zijlijnen (zijlijnen inbegrepen). Nadat de bal geslagen is moet deze via de muur terugkomen in de ontvangzone (het speelveld áchter de korte lijn). Als de opslager de rally verliest, gaat de opslag naar de tegenpartij.



 

De opslag bij het dubbelen
De opslag verloopt identiek aan die bij het enkelen met een paar aanvullingen. Voor de aanvang van de wedstrijd moet een dubbelpartuur aangeven wie de eerste en wie de tweede opslager is. In een opslagbeurt van dat partuur slaat de eerste opslager gedurende de hele wedstrijd als eerste op. Als een rally waarin de eerste opslager heeft opgeslagen, verloren gaat (één uit), dan neemt de tweede opslager de service ter hand. Verliest ook die de rally, dan gaat de opslag naar de tegenpartij. In de eerste opslagbeurt van een set gaat de opslag al na het verliezen van één rally naar de tegenpartij.(vergelijkbaar met een tiebreak bij het tennissen).

De positie van de maat van de opslager
Als er opgeslagen wordt bij het dubbelen, dan moet de maat van de opslager zich buiten het speelveld opstellen met één voet links en één voet rechts van de opslagmarkering. De maat mag het veld pas betreden als de opgeslagen bal, van de muur terugkomend hem of haar gepasseerd is.

De Toss
Bij het enkelen: De speler die de toss wint, begint als eerste met de opslag in de eerste set. De andere speler begint in de tweede set met de opslag. Als er een beslissende derde set nodig is, dan begint de speler die in de eerste beide sets de meeste punten heeft behaald, daarin met de eerste opslag. Hebben beide spelers in de eerste twee sets evenveel punten behaald, dan volgt er een nieuwe toss om te bepalen wie met de opslag mag starten.
Bij het dubbelen mag het partuur dat de toss wint bepalen of ze in de eerste set starten met de opslag of dat overlaten aan de tegenpartij. In de tweede set wordt dat bepaald door het partuur dat de eerste set heeft verloren. Als er een beslissende derde set nodig is, dan is de beslissing om wel of niet met de opslag te starten aan het partuur dat in de eerste twee sets de meeste punten heeft gehaald. Hebben beide partijen evenveel punten behaald, dan volgt een nieuwe toss.

Wanneer wel en wanneer geen tweede opslag?
Een niet goed uitgevoerde opslag kan resulteren in het verlies van de opslagbeurt (uit of side-out), een fout (twee fouten is een side-out) of een opslaghinder (twee opeenvolgende opslaghinders resulteren in een fout).
 

Opslag-hinder
Wanneer de serverende speler of zijn/haar partner bij het uitoefenen van de serve de bal moet ontwijken wanneer deze terug komt van de muur (en het zicht op de bal voor de ontvangende partij wordt belemmerd) is dat een opslag-hinder of screen.

Een bal die de opslager tussen de benen door gaat is automatisch opslag-hinder.

Een opslag-hinder resulteert in een halve fout (zie hiernaast)

De volgende niet goed uitgevoerde opslagen resulteren in het verliezen van de opslagbeurt (side-out):
1. Het compleet missen van de bal.
2. De bal raakt na de opslag de muur niet.
3. De bal komt, nadat deze de muur heeft geraakt, terecht buiten de zijlijnen van het speelveld.
4. De bal raakt direct of na één stuit de opslager of diens maat op het lichaam.
5. Bij het dubbelen: verkeerde opslag volgorde
6. Twee foutieve opslagen (zie hieronder)

De volgende niet goed uitgevoerde eerste opslagen resulteren in een fout en een tweede opslagkans:
1. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar is te kort (stuit op of voor de korte lijn)
2. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar stuit achter de achterlijn in het verlengde van het speelveld.
3. Voetfout: De opslager komt met een of beide voeten (of een deel daarvan) buiten de opslagzone of de maat van de opslager betreedt het speelveld te vroeg. (of heeft niet de juiste positie buiten het speelveld ingenomen)
4. Het stuiten van de bal buiten de opslagzone.
5. Twee opeenvolgende opslaghinders. (zie hiernaast)


De return
De ontvangende partij moet zich achter de opslagmarkering of lijn opstellen, en mag deze niet passeren voordat de opgeslagen bal, van de muur terugkomend, de korte lijn is gepasseerd. Doe't hij of zij dat wel, dan gaat het punt naar de partij aan de opslag.

De ontvanger mag de bal volleren of na één stuit terugslaan. De bal moet dan direct tegen de muur worden geslagen en terug stuiten in het speelveld tussen de muur, de achterlijn en de zijlijnen (op de lijn is in)

De telling
Er wordt, zoals eerder ook bij volleybal gebruikelijk was, geteld volgens het Service-Punt-Systeem (SPS): Alleen de serverende partij scoort punten, de tegenpartij probeert de opslag naar zich toe te halen (side-out). Er moeten twee sets worden gewonnen om een wedstrijd te beslissen. Een set loopt tot 21 punten. Bij een 1-1 stand in sets, wordt een beslissende set (tie-break) gespeeld van 11 punten. In ééndaagse toernooien is het gebruikelijk om slechts één set van 21 punten per wedstrijd te spelen. (waarbij in de finale vaak gespeeld wordt tot 25 punten)